13 maart 2018

Alaaf! Alaaf! Alaaf!

Prins Karel en Prins Steven houden de carnavalseer hoog bij Bewel

Carnaval leeft in onze provincie. In totaal trekken tijdens het seizoen - dat duurt van februari tot april -meer dan zestig stoeten door de dorps- en stadskernen van Limburg. Dat zijn drukke tijden voor de carnavalisten. En dus zeker ook voor Karel Geraerts en Steven Jacobs, twee prinsen Carnaval, die tussen de stoeten door gelukkig nog de tijd vinden om hun job bij Bewel te doen.

“Het zijn vermoeiende, maar heel plezante weken”, lacht Karel. In het dagelijkse leven is hij als medewerker in het magazijn al 27 jaar aan de slag bij Bewel in Diepenbeek, maar de afgelopen weken is hij vooral in de weer als Prins Carnaval van De Dolle Schakels uit Genk. “Carnaval is al heel mijn leven mijn grote hobby. Als kind was ik al op elke carnavalsstoet in de buurt te vinden. Dat ik nu Prins Carnaval ben, is echt een droom die uitkomt.”

Steven, nu drie jaar aan het werk voor Bewel op de enclave bij Essers in Genk, kreeg de carnavalsmicrobe nog niet zo lang geleden te pakken. “Vrienden van mij zijn al langer hevige carnavalisten”, vertelt hij. “Door te gaan kijken naar stoeten waarin zij opstapten, kreeg ik zelf ook zin. Toen zij mij vroegen om lid te worden van hun vereniging en mee te stappen met hun wagen, heb ik dan ook niet getwijfeld. En ik vind het zo leuk, dat ik vandaag al Prins Carnaval ben van onze vereniging CV De Boeddhas.”

Springen en speechen

Hoe wordt iemand eigenlijk Prins Carnaval? “Dat verloopt in elke vereniging anders”, vertelt Karel. “Bij ons zijn er telkens verschillende kandidaten en het bestuur kiest dan de Prins. Dat is best wel spannend, want wie de Prins is moet tot op het laatste moment geheim blijven. Pas wanneer je tijdens de proclamatie uit de doos springt, weten de andere leden wie die nieuwe Prins is. En dan moet je een speech geven. Daar was ik heel zenuwachtig voor, ik had dan ook goed geoefend.” Ook Steven moest zijn geheim lang bewaren. “Mij hebben ze gevraagd om Prins te worden”, zegt hij. “Bij de bekendmaking had ik een lange cape met een kap aan en een masker op. Mijn speech die heb ik er gewoon uitgeflapt. En de mensen moesten toch lachen, dus het zal wel goed geweest zijn.”

Middelpunt van het feest

Eens verkozen breken voor de Prins Carnaval drukke tijden aan. “Om te beginnen moet je een Prinsenpak laten maken”, weet Steven. “Dat is een pak op maat en je mag dat alleen dragen in het jaar dat je Prins Carnaval bent. Elke Prins legt eigen accenten in zijn pak en steek.”

“Het meest speciale zijn de pluimen op je steek”, vult Karel aan. “Dat zijn echte fazantenpluimen en die zijn heel duur. Mijn pluimen zijn meer dan 1,40 meter lang.”

Prins Carnaval worden is wel een dure hobby. “Naast het pak op maat, moet je ook snoep kopen om tijdens de stoeten uit te gooien en regelmatig de leden van je vereniging trakteren”, legt Steven uit. “Gelukkig krijg je er heel veel plezier voor in de plaats. Een heel carnavalsseizoen sta je in het middelpunt van het feestgedruis.” Ook Karel heeft de tijd van zijn leven. “Binnen elf jaar kan ik opnieuw Prins worden, dat ga ik zeker proberen.”

Zwaaien en snoep uitgooien

Tijdens het carnavalsseizoen staan er voor de Prinsen elk weekend meerdere stoeten op het programma. “Soms is het heel druk”, vertelt Steven. “Onlangs nog hadden we vier stoeten op drie dagen. Dan ben je echt wel heel moe.” Gelukkig krijgen de Prinsen tijdens een stoet heel wat hulp. “Wij moeten niet met dozen ofzo sleuren”, legt Karel uit. “Daarvoor hebben we helpers. Wij moeten alleen zwaaien naar de mensen en snoep uitgooien. En af en toe een pintje drinken (lacht).”

“Dat moeten we misschien ook eens aan onze werkleider Guy voorstellen”, grinnikt Steven. “Maar die zal daarmee eens lachen vrees ik.”

“En dan gaan bij Bewel opeens wel heel veel mensen kandidaat zijn om Prins Carnaval te worden”, vult Karel aan.